Met dank aan Ton Biesemaat - www.tonbiesemaat.nl 

Datum: 22 oktober 1999
Locatie: Het IJzergat tussen Vlieland en Terschelling.

Een fregat zoals de Lutine


Xtreme-file:
Gezonken goudschepen
Verloren schatten, onderwaterrobots en aquanauten

 
Signalement Oceanen en zeeën:
  • 71 procent van de wereld bestaat uit oceanen en zeeën
  • Gemiddelde diepte 5000 meter
  • Totale volume 1.347.000.000 kubieke kilometer zout water
  • Diepste punt Marianen Trog 10,9 kilometer
  • Pas in de vijftiger jaren werd de onderzeese bergketen Mid-Atlantische rug ontdekt, we weten nu dat die met 60.000 kilometer lengte over de hele aardbol loopt. Dit jaar werd nog een grote werkende onderzeese vulkaan ontdekt!
  • Aantal nog niet bekende levensvormen: onbekend
  • Aantal verloren gegane schepen: onbekend, in de hele Noordzee al enige tienduizenden.
  • Aantal verloren gegane goudschepen: bekend bij schattenjagers en bergers!
  • Grootste gevonden goudschat : 21 ton aan baren, munten en goudstof in de SS Central America in 1988


Inleiding:
We staan aan de vooravond van een nieuwe grootse ontdekkingsreis. Terwijl we meer weten over de maan of Mars is de diepzee op onze eigen planeet nog steeds 'incognita'. Maar door de ontwikkeling van onderwaterrobots, net zulke geavanceerde stukjes techniek als ruimtevaartuigen, beginnen we nu aarzelend die onbekende koude, koele wereld die geregeerd wordt door immense krachten te verkennen. Maar ook de voortschrijdende techniek bij het duiken met flessen en ademautomaten maakt het mogelijk de ondiepere zeeën als onze eigen Noordzee beter te onderzoeken.

Scheepswrakken zijn gezonken tijdscapsules. Soms zijn die tijdscapsules nog interessanter en geheimzinniger als er een kostbare lading aan boord is. Het is wel zeker dat er in de zeeën en oceanen van onze blauwe planeet nog vele schatten te vinden zijn. Xtreme neemt je mee op jacht naar goudschepen. Soms duiken we dichtbij huis in de Noordzee. Een andere keer dalen we met een onderwaterrobot af naar de mensvijandige wereld van de diepzee.
We volgen avonturiers en wetenschappers. We ervaren succes en dromen vol fantasie.


Goldrush bij de Waddeneilanden
Het goud van de Lutine

Niet alleen Amerika en Canada kennen hun dolle 'goldrush' waarbij mensen huis en haard in de steek laten op zoek naar goud. Ook het zo ogenschijnlijk kalme Nederland kent z'n eigen 'goldrush'. En die duurt nu al zo'n 200 jaar. Aanstichter is het gezonken schip de Lutine. Bijna exact 200 jaar geleden op 9 oktober 1799 verging het Britse fregat de Lutine bij het IJzergat tussen Vlieland en Terschelling. Niet het feit dat slechts één van de meer dan 200 passagiers de scheepsramp overleefde doet nog steeds de harten van menig eilandbewoner en schatgraver sneller slaan. De reden dat de ramp met de Lutine niet vergeten is? Aan boord zat een grote lading goud en zilver.


Engelse invasie
In 1799 was de Bataafsche Republiek (zo heette Nederland toen) met haar bondgenoot Frankrijk verwikkelt in een oorlog met Rusland en Engeland. Bij Castricum, Schoorl en Bergen werd toen één van de grootste veldslagen die op vaderlandse bodem is uitgevochten gestreden. Uiteindelijk leden de Engelsen en Russen de nederlaag en evacueerden ze hun troepen met schepen via Den Helder. Een soort ouderwets 'Duinkerken' kan je het wel noemen.

Voor dat zich dat afspeelde verging de Lutine met haar kostbare lading goud en zilver. Die lading was aan boord om de binnengevallen Engelse troepen van soldij te voorzien en Engelands bondgenoot, het Duitse vorstendom Hannover, financieel te ondersteunen. Daarnaast dook nog later het gerucht op dat niet alleen goud en zilver aan boord van de Lutine was maar ook de landsjuwelen van de naar Engeland gevluchte Nederlandse stadhouder Willem V. Hoeveel goud en zilver er naar de zanderige bodem van de Noordzee zonk is onduidelijk. De couranten uit die tijd spreken elkaar tegen en noemden destijds totaalbedragen van 130.000 tot 1 miljoen Britse ponden. Latere bronnen zoals de Britse scheepsverzekeraar Lloyd's schatten in 1957 de waarde op 1.400.000 Britse ponden. De Nederlandse regering maakt het in 1821 het bontst door de waarde van de lading te schatten op twintig miljoen gulden. Over de blijkbaar verdwenen Nederlandse landsjuwelen zwijgt de regering!

Onmiddellijk na het vergaan van de Lutine breekt de 'goldrush' uit. Maar ondanks 200 jaar verwoede bergingspogingen zijn er schattingen die spreken van 1920 kilo goud en 2000 kilo zilver die ergens tussen Vlieland en Terschelling onder het zand nog steeds verborgen liggen. Voorlopig heeft niemand behalve een schooljongen die een enkele gouden munt vond op het strand de laatste tijd iets van goud of zilver gevonden. Maar het ligt er wel! Voor alle toekomstige 'would be' schatgravers en bergers een avontuurlijk overzicht. Zoals het hoort bij goudzoeken ook een verhaal van meestal mislukkingen en een enkele keer succes.

Rovende Nederlanders
In oktober 1799 zijn Vlieland en Terschelling door de Engelsen bezet. Als de Lutine vergaat weten de Engelse bezetters dankzij de enige overlevende onmiddellijk dat er een kostbare lading aan boord is. Om te voorkomen dat de bewoners van Terschelling of Vlieland het wrak plunderen zendt de Engelse marine een schip naar de plek waar de Lutine ten onder is gegaan. De 'Dutch' zouden anders maar 'His Majesties property' beroven. Er zijn echter aanwijzingen dat toen al een gedeelte van de lading geborgen is.

Na het vertrek van de Engelse troepen beginnen bergers van Terschelling in 1800 het wrak op de zanderige zeebodem te verkennen. Bij rustig en helder weer konden de Terschellingers kanonskogels van de Lutine op de bodem zien liggen. Al gauw wordt het eerste vaatje met goud en zilver geborgen met behulp van metalen grijpers en hijsklauwen. Tot in 1801 weet men met behulp van de grijpers voor zo'n 300.000 gulden te bergen. De methode van de grijparmen werkt echter niet meer omdat de ijzeren hoepels van de vaten waarin het goud en zilver zit wegroesten en de vaten bij het beetpakken van de grijparmen uit elkaar vallen. Het schip is inmiddels door de stroming en het geweld van de golven uit elkaar gevallen. De schat en de wrakrestanten verdwijnen onder het verplaatsende zand van de zeebodem om er soms plotseling weer in vrij te komen.

Klokduikers en helmduikers
In 1821 heeft de burgemeester van Terschelling Eschauzier belangstelling gekregen voor de schat. Hij zet een zogenaamde duikersklok in: een van onderen open gietijzeren klok met 12 patrijspoorten voorzien van een leren slang waar lucht doorgepompt wordt. In de duikersklok kunnen vier klokduikers werken. Maar inzet van het gevaarte brengt geen goud uit de golven naar boven. Dan verschijnen in 1834 de eerste echte duikers bij het wrak van de Lutine. In 1828 vinden de Engelse broers Deane de 'Deane diving helmet' uit. Een duiker met een duikhelm op waar een luchtslang aan gekoppeld is kan voor het eerst in de geschiedenis uren onder water blijven.

Eén van de broers duikt in 1834 op de Lutine met zijn 'diving helmet' 12 maal op het wrak waarbij hij soms twee uur onder water blijft. Ondanks zijn inzet en vernunft vindt de Deane-broer geen gram goud. Nederlandse helmduikers van de speciaal voor de Lutine-schat opgerichte bergingsmaatschappij 'de Onderneming' zijn in de periode van 1857 tot 1860 veel succesvoller. Als men roestklompen op de zeebodem vindt is men in eerste instantie teleur gesteld. Later blijkt dat in die roestklompen goud zit! Door het succes van 'de Onderneming' verschijnen er kapers op de kust die een graantje van de buit willen meepikken. Omdat de staat het monopolie van de berging aan 'de Onderneming' heeft gegeven arriveert, bij de locatie van het wrak, de kanonneerboot No. 1 die zulke boeven als Urkers en de burgemeester van Vlieland verjaagt. Het wilde noorden van Nederland is even ontstaan!

Wanneer in 1860 de helmduikers steeds minder vinden heeft 'de Onderneming' ter waarde van zo'n half miljoen gulden geborgen (41 goudstaven, 64 zilverstaven en 15.350 gouden en zilveren munten). Verder hebben de helmduikers de scheepsbel van de Lutine naar boven gehaald. Die bel hangt nu nog steeds bij de Londense verzekeraar Lloyd's en als er weer eens een flinke scheepsramp is geweest luidt die beroemde bel. Om Lloyd's en de wereld er aan te herinneren dat de kostbare ramp van de Lutine er één was van vele ten onder gegane kostbare scheepsladingen.


Voortgaande goudkoorts met weinig succes
Hoe langer het wrak en de schat onder het verplaatsende zand ligt en een speelbal wordt van de zeestromingen des te minder succes is er nog voor goudzoekers. In 1867 financiert de bergingsmaatschappij 'de Onderneming' een zandduikerexpeditie naar het wrak. Een helmduiker kan met een metalen buis waardoor water wordt gespoten het zand wat de mogelijke schat bedekt vloeibaar maken en zo bij het goud komen. Het heeft echter maar bar weinig resultaat. De goudschat houdt zich goed verborgen. Ook de voortschrijdende techniek van de industriële revolutie kan geen schatten naar boven brengen. Stoombaggermolens of raderschepen met onderwaterschraaptoestellen en zandpompen brengen geen gram goud naar boven.

In 1910 verschijnt op het toneel kapitein Gardiner die drie jaar eerder bij de kust van Zuid-Afrika de lading van een VOC-schip heeft geborgen. Met een professioneel duik- en bergingsschip en 10 helmduikers verkent hij grondig de 'site' maar deze professional gaat als vele andere gelukszoekers ook ten onder. De Lutine-schat blijft grondig verborgen. Ook de eilanders van Terschelling en Texel vertegenwoordigt in de reders Doeksen en Texelse Stoomboot Maatschappij komen in 1928 in actie met schelpenzuigers en helmduikers.

In 1931 gooien ze de handdoek in de ring om daarna gelijk weer samen te gaan werken met de rijke Limburgse fabrikant Beckers genaamd 'het goudmannetje'. Beckers is gegrepen door de goudkoorts en laat een ijzeren duiktoren bouwen in de vorm van een gloeilamp waarbij de brede onderkant 12 meter lang is. Via de duiktoren zou je het wrak kunnen bereiken. De eerste duiktoren gaat kapot maar Beckers geeft niet op en laat een tweede duiktoren bouwen van 35 ton. Nadat schelpenzuigers de wrakrestanten van de Lutine hebben blootgelegd wordt Beckers duiktoren er bovenop geplaatst. Tot en met 1935 wordt er met de duiktoren van Beckers gezocht. Resultaat: een dode in de duiktoren die geen lucht kreeg door een vergissing. Zelfs gerenommeerde ondernemingen als de mijnbouwmaatschappij Billiton nemen in 1938 deel aan de goudrace. De maatschappij die hoofdzakelijk in Nederlands-Indië werkt laat de dan grootste tinbaggermolen van de wereld, de Karimata, zoeken naar de schat. 160 emmers die elk 40 liter omhoog kunnen scheppen ploegen de 'site' af. In de nacht van 28 op 29 juli wordt de allerlaatste goudstaaf tot nu toe gevonden. Maar… meer dan die ene goudstaaf laat de Lutine niet los.

Epiloog
Moderne schatzoekers en archeologen zijn nog steeds verbeten op jacht naar al het goud en zilver onder het Noordzeezand. In 1980 zocht de Nieuwzeelandse duiker Kelly Tarlton met zijn 'Palisade Exploration Company' het IJzergat af. Zijn duikschip kon met straalbuizen (prop wash) het schroefwater van het schip richten op de zandbodem en dan een acht meter groot gat met een omvang van 25 meter graven. Maar hij had toch geen succes. Nu doet het duikteam Caranan onder leding van de Harlinger en op Terschelling geboren tandarts Ane Jan Duijf onderzoek naar het wrak. Zijn beweegredenen zijn veel meer het in kaart brengen van de restanten van de Lutine en een archeologisch overzicht te krijgen. Hij werkt daar in samen met het NISA (Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie).

De locatie waar de Lutine vergaan is is door de staat aangewezen als beschermd archeologisch monument. Archeologisch onderzoek van Caranan en het NISA zijn toegestaan maar andere bodemverstorende activiteiten zijn verboden. Treasure hunters keep out! Toch gaat de goudkoorts door. Het waarschijnlijke achterschip van de Lutine is twee kilometer ten zuidoosten van de ondergang gevonden door het duikteam Caranan. Zit daar de rest van de schat?

Meer informatie vind je in het boeiende boek:
De Lutine-1799-1999
Redactie G. de Weerdt en B. Huiskes
Hardcover Pagina's: 135
Uitgeverij Thoth
ISBN 9068682237